H&S Consulting

Veiligheid belangt iedereen aan !

Het KB van 25/01/2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen

  1. Voorwoord
  2. Toepassingsgebied
  3. Aanstelling van de coördinatoren
    1. Aanstelling
    2. Aanstellingsprocedure
  4. De voorafgaande kennisgeving van de bouwplaats
    1. Te melden bouwplaatsen
    2. Kennisgevings-en aanplaktermijnen
    3. Wie is belast met de voorafgaande kennisgeving
  5. De uitoefening van de coördinatieopdracht en de coördinatiedocumenten
  6. De activiteiten van zelfstandigen
  7. Het profiel en aanvullende vorming van de coördinatoren
    1. Algemeen
    2. De aanvullende vorming
    3. Bijzondere gevallen
    4. Overgangsmaatregelen
  8. Verzekering burgerlijke aansprakelijkheid
  9. Coördinatiestructuur
  10. Afzonderlijke prijsberekening
  11. Inwerkingtreding

Top

1. Voorwoord

Het KB van 25.01.2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen, gepubliceerd in het Belgisch staatsblad van 07.02.2001, organiseert de tenuitvoerlegging van nieuwe begrippen en verplichtingen in verband met veiligheid en gezondheid op de bouwplaatsen.

Het nieuwe uitvoeringsbesluit, (het KB van 03.05.1999 werd door de Raad van State op 16.12.1999 nietig verklaard omwille van een procedurefout) heeft op basis van hoofdstuk V van de welzijnswet van 04.08.1996 de Eurorichtlijn 92/57 van 24 juni 1992 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor tijdelijke of mobiele bouwplaatsen, omgezet in Belgisch recht.

De omzetting van deze richtlijn bevat essentiële nieuwigheden die de veiligheid, de gezondheid en het welzijn op de bouwplaats, waar werken worden uitgevoerd door meerdere aannemers, moeten verbeteren.

Top

2. Toepassingsgebied

Het algemeen toepassingsgebied van de reglementering is vrijwel hetzelfde als dat van het besluit van 03.05.1999.

De coördinatie blijft verplicht voor alle bouwwerken die door minstens twee aannemers tegelijk of achtereenvolgens worden uitgevoerd.

Het KB van 25.01.2001 is van toepassing op de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen, namelijk de bouwplaatsen waar de volgende bouwwerken of werken van burgerlijke bouwkunde worden uitgevoerd (graafwerken, grondwerken, funderings- en verstevigingswerken, waterbouwkundige werken, wegenwerken, bouwwerken, plaatsing van nutsleidingen, montage en demontage van inzonderheid, geprefabriceerde elementen, liggers en kolommen, verbouwingswerken, vernieuwbouw, herstellingswerken, ontmantelingswerken, sloopwerken, 
onderhouds-, schilder- en reinigingswerken, saneringswerken,...).

Het KB is niet van toepassing op de boor- en winningswerkzaamheden in de winningsindustrieën en op de montage en de tussenkomst van productie-, transformatie-, transport- en behandelingsinstallaties voor zover de werken geen betrekking hebben op funderingen, de beton- en metselwerken of op de dragende structuren.

Top

3. Aanstelling van de coördinatoren

De coördinatie gebeurt door een coördinator-ontwerp tijdens de ontwerpfase van het bouwproject en door een coördinator-verwezenlijking tijdens de uitvoering van de werken op de bouwplaats.

De coördinatie-opdracht tijdens de beide fasen mag door dezelfde persoon worden vervuld, voor zover hij voldoet aan alle voorwaarden die de regelgeving oplegt, in het bijzonder de beroepservaring zowel op het gebied van het ontwerp als van de leiding van werken of het beheer van een bouwplaats.

  1. Aanstelling

    De organisatie van de coördinatie is, zoals in de vorige regelgeving, de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever. Hij moet de coördinatoren aanstellen en de verplichtingen vervullen die eruit voortvloeien, zoals de verplichting om toezicht te houden op de werkzaamheden van de coördinatoren en om ervoor te zorgen dat de verschillende partijen hun medewerking verlenen.

    Het besluit voert nochtans een nieuwe regel in voor de werken die op dezelfde plaats voor rekening van verschillende opdrachtgevers worden uitgevoerd. In dat geval moeten deze opdrachtgevers samen één coördinator-ontwerp en één coördinator-verwezenlijking aanstellen.

    De particuliere opdrachtgever daarentegen wordt vrijgesteld van alle verplichtingen met betrekking tot de coördinatie op voorwaarde dat de werken die hij laat uitvoeren niet bestemd zijn voor professioneel of commercieel gebruik.

    De aanstelling van de coördinatoren en de andere verplichtingen worden in dat geval overgedragen aan één van de bouwdirecties, in deze volgorde:

    • Diegene die belast is met het ontwerp voor rekening van de particulier, dus de architect;
    • Bij gebrek aan een architect, en voor zover de particulier het ontwerp of het toezicht op de verwezenlijking van de werken niet aan een derde persoon heeft toevertrouwd, diegene die belast is met de uitvoering van de werken voor rekening van de opdrachtgever, dus in de meeste gevallen één van de aannemers die de werken uitvoeren.

    Deze regelgeving bestond reeds in het KB van 03.05.1999.

    Het nieuwe KB preciseert nochtans de toestand van de aannemers ten aanzien van de aanstellingsverplichting wanneer de particulier een overeenkomst sluit met ''meerdere bouwdirecties belast met de uitvoering'' (afzonderlijke loten).

    In dat geval rust de aanstellingsverplichting op de eerste aannemer die met de particulier een overeenkomst sluit. Eveneens nieuw is echter dat deze eerste aannemer niet alleen verantwoordelijk is voor het verloop van de coördinatie. De andere aannemers zijn immers verplicht om tijdens de totstandkoming van het bouwwerk toezicht te houden op het verloop van de coördinatie.

  1. Aanstellingsprocedure

    De persoon die belast is met de aanstelling, moet met de coördinator een schriftelijke overeenkomst sluiten.

    Deze overeenkomst wordt vervangen door het opstellen van een document wanneer de functie van coördinator wordt uitgeoefend door een personeelslid van de persoon die met de aanstelling is belast.

    De aanstellingsprocedure bevat enkele nieuwigheden:

    • De coördinator-ontwerp moet niet meer in het begin van de voorbereidingsfase van het ontwerp worden aangesteld. Hij kan later in deze fase worden aangesteld, zonder echter te vergeten dat hij zo vlug mogelijk moet optreden in de ontwerpfase van het project. De opdrachtgever moet nog steeds een coördinator-verwezenlijking aanstellen op een ogenblik dat zich noodzakelijk bevindt voor het begin van de uitvoering van de werken;
    • Indien de werken worden uitgevoerd voor rekening van een particulier (privé-gebruik), moet de overeenkomst tussen de persoon die belast is met de aanstelling en de coördinator een beding bevatten waarin staat dat het honorarium van de coördinator wordt betaald door de particulier;
    • Indien de bouwdirectie die belast is met de aanstelling, zelf de functie van coördinator uitoefent voor werken voor rekening van een particulier, moet de aanstellingsovereenkomst vanzelfsprekend niet worden gesloten, maar wordt zij vervangen door een beding in de architectenovereenkomst met de particulier, waarin wordt gepreciseerd dat de architect of de aannemer eveneens als coördinator fungeert;
    • De opdrachtgever mag vanzelfsprekend een beroep doen op een kandidaat-coördinator door een specifiek bestek te publiceren voor de toekenning van de dienstenopdracht. De regelgeving preciseert bovendien dat de oproep tot kandidaten kan gebeuren via het bestek voor de opdracht van werken, op voorwaarde dat de coördinatieopdracht in een afzonderlijke post van het bestek wordt beschreven.

Top

4. De voorafgaande kennisgeving van de bouwplaats

Het opstarten van een tijdelijke of mobiele bouwplaats moet aan de lokale Technische Inspectie van de Administratie van de Arbeidsveiligheid, die bevoegd is voor de plaats waar de bouwplaats opgestart wordt, gemeld worden.

  1. Te melden bouwplaatsen

    Het betreft elke bouwplaats waar: ofwel, één of meer gevaarlijke werken worden uitgevoerd en waarvan de totale duur van de werkzaamheden vijf werkdagen overschrijdt, ofwel, werken worden uitgevoerd waarvan de totale omvang méér dan 500 mandagen omvat of waar er gedurende méér dan 30 werkdagen, méér dan 20 werknemers tegelijkertijd werken.

  2. Kennisgevings- en aanplakkingstermijnen

    De melding moet gebeuren 15 kalenderdagen voor de aanvang van de werken.

    Het formulier dat, ten gevolge van de collectieve arbeidsovereenkomst van 29.03.1984 (KB 20.05.1984 – BS 14.07.1984), afgesloten in het Paritair Comité voor het Bouwbedrijf, dient gebruikt te worden om de opening van de bouwplaats, bij het NAVB (Nationaal Actiecomité voor veiligheid en hygiëne in het bouwbedrijf), te melden, mag ook in het kader van deze regelgeving, gebruikt worden.
    In het kader van de administratieve vereenvoudiging, werd een initiatief opgestart tussen de RSZ, de Administratie van de Arbeidsveiligheid van het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid en het NAVB dat op korte termijn dient te leiden tot een gecentraliseerde, uniforme en digitale melding.

    Een copie van de voorafgaande kennisgeving moet zichtbaar op de bouwplaats op een voor het personeel gemakkelijk toegankelijke plaats, worden aangeplakt, ten minste 10 kalenderdagen voor het begin van de werken.

    In geval van onvoorziene en dringende werken, of in geval de periode tussen de ontvangst van de opdracht en de datum van de effectieve aanvang van de werken, niet toelaat, de kennisgeving binnen de gestelde termijn te verrichten, wordt de voorafgaande kennisgeving vervangen door een mededeling aan de lokale technische inspectie, gedaan ten laatste de dag zelf van het begin van de werken via een geschikt middel (fax, email,...).

    Ook in dit geval dient een copie van de mededeling zichtbaar op de bouwplaats worden aangeplakt op een voor het personeel gemakkelijk toegankelijke plaats, ten laatste de dag van het begin van de werken.

  3. Wie is belast met de voorafgaande kennisgeving?

    De bouwdirectie belast met de uitvoering, t.t.z. meestal de aannemer, is belast met de voorafgaande kennisgeving.

    Indien meerdere aannemers op de tijdelijke of mobiele bouwplaats actief zijn, is deze verplichting ten laste van de aannemer die als eerste activiteiten uitvoert op de bouwplaats.

    In het kader van de regelgeving in verband met de meldingsplicht NAVB, is het de medekontraktant van de bouwheer (dus zeker de algemene aannemer) of de bouwheer (promotor) die zelf bepaalde werken uitvoert, die verantwoordelijk is voor de melding van de opening van de bouwplaats.

    Top

5. De uitoefening van de coördinatieopdracht en de coördinatiedocumenten

De bepalingen in verband met het opstellen en bijhouden van de coördinatiedocumenten (het veiligheids- en gezondheidsplan, het coördinatiedagboek en het postinterventiedossier), zijn quasi ongewijzigd gebleven.

Het KB van 25.01.2001 bevat een aantal nieuwe belangrijke bepalingen die van toepassing zijn op het ogenblik van de oproep tot kandidaten voor de uitvoering van de werken, namelijk:

  • De opdrachtgever moet bij het bestek het veiligheids-en gezondheidsplan voegen, dat door de coördinator-ontwerp werd opgesteld;
  • De kandidaten moeten aan hun offertes een document toevoegen waarin de uitvoeringswijze van de werken wordt beschreven, alsook een prijsberekening van de collectieve en individuele preventiemaatregelen, die door het veiligheids- en gezondheidsplan worden opgelegd;
  • De coördinator-ontwerp deelt aan de opdrachtgever een advies mee in verband met de overeenstemming van de door de aannemers, in hun offertes voorgestelde uitvoeringswijze.

Top

6. De activiteiten van de zelfstandigen

Vanaf 01.05.2001 moeten op de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen, in de mate dat het KB van 25.01.2001 op hen van toepassing is, de zelfstandigen en de werkgevers die zelf een activiteit op de bouwplaatsen verrichten, de regelgeving in verband met het welzijn op het werk respecteren.

De zelfstandigen moeten niet alleen de veiligheid en de gezondheid van de andere personen op de bouwplaats respecteren, maar ook die van henzelf.

Top

7. Het profiel en aanvullende vorming van de coördinatoren       

  1. Algemeen

    Om de taak van coördinator uit te oefenen, moet de kandidaat aan een aantal voorwaarden voldoen, namelijk: een beroepservaring kunnen aantonen waarvan de minimumduur afhangt van het basisdiploma; een basisdiploma kunnen voorleggen dat toegang geeft tot de functie van coördinator; een bewijs van aanvullende vorming kunnen voorleggen (bijv preventieadviseur Niv I of II); en een voldoende kennis van de reglementering en de technieken inzake veiligheid op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen kunnen bewijzen.

  2. De aanvullende vorming

    De verschillende aanvullende vormingen zijn:

    1. De aanvullende vorming van preventieadviseur van Niv I of II, afhankelijk van de omvang van de bouwwerken.
      De coördinatoren die hun diploma van niveau I of II na 01.05.2004 behalen, dienen nog een bijkomende erkende cursusmodule ''aanvulling tot coördinator'' te volgen;
    2. Een erkende specifieke aanvullende vorming voor coördinator;
    3. Een specifiek examen voor coördinator, georganiseerd door een erkende inrichting.

De eindtermen van de module ''aanvulling tot coördinator'', van de specifieke aanvullende vorming voor coördinator en van het specifiek examen voor coördinator, alsmede de bepalingen in verband met de erkenning van de organisatoren, worden vastgelegd via een tweede KB, dat, ofwel een afzonderlijk besluit wordt, ofwel het uitvoeringsbesluit van 25.01.2001 zal wijzigen.

  1. Bijzondere gevallen
    1. Werken met een totale waarde minder dan 25.000 EUR

      Vanaf 01.05.2001 kan een aannemer of één van zijn werknemers op deze kleine bouwplaatsen zelf de functie van coördinator uitoefenen mits hij aan bepaalde voorwaarden voldoet.

      De voorwaarden hebben betrekking op: een minimale nuttige beroepservaring van ten minste 15 jaar in verband met de werken, waarvoor de functie van coördinator wordt uitgeoefend; verantwoordelijkheidscapaciteiten; geen veroordelingen, administratieve geldboeten of stopzettingsbevelen van de werken omwille van inbreuken of het niet naleven van de regelgeving in verband met het welzijn op het werk; een vervolmakingsvorming in verband met het welzijn op het werk.

    2. Adjunct-coördinatoren die niet de vereiste beroepservaring hebben

      Personen die niet het aantal vereiste jaren beroepservaring hebben opgedaan, kunnen vanaf 01.05.2001 als adjunct van een coördinator werken, op voorwaarde dat zij voldoen aan de vereisten, in verband met het basisdiploma (hoger onderwijs of hoger secundair onderwijs) en de aanvullende vorming of het specifiek examen.

    3. Het plaatsen van ondergrondse nutsleidingen 

      Deze regeling voert een afwijking in die uitsluitend betrekking heeft op de beroepservaring, die normaal vereist is voor de uitoefening van de functie. Wanneer de bouwplaats enkel graafwerken, grondwerken en het plaatsen van nutsleidingen omvat, is de vereiste ervaring, dezelfde als voor het ontwerpen of het uitvoeren van die werken.

  1. Overgangsmaatregelen

    1. De personen die op 01.05.2001 reeds coördinatie-activiteiten met geïntegreerde toepassing van de algemene preventiebeginselen uitvoerden, mogen hun coördinatieactiviteiten blijven uitvoeren , indien zij aan de volgende voorwaarden voldoen: het basisdiploma (hoger onderwijs of secundair onderwijs) bezitten; voldoende kennis hebben van de reglementering en technieken inzake welzijn op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen; voor 01.05.2004 met vrucht een erkende cursus aanvullende vorming preventieadviseur Niv I of II hebben gevolgd, of geslaagd zijn in het specifiek examen voor coördinatoren, ingericht door een erkende organisator. Formeel is hieraan  de verplichting gekoppeld om voor 01.05.2002 over een attest van inschrijving in de cursus, respectievelijk een intentieverklaring om het examen af te leggen, te beschikken.
    2. De personen die op 1.05.2001 een nuttige beroepservaring als coördinator inzake welzijn op het werk van ten minste 15 jaar bezitten, doch niet voldoen aan de vereiste inzake het basisdiploma (hoger onderwijs of secundair onderwijs), mogen hun coördinatie-activiteiten verderzetten, indien zij voldoen aan de voorwaarden vermeld in punt 7.4.1.
    3. De personen die op 01.05.2001 nog geen coördinatie-activiteiten inzake welzijn hebben uitgevoerd en niet voldoen aan de vereiste in verband met het basisdiploma (hoger onderwijs of secundair onderwijs), maar die wel kunnen aantonen over ten minste 15 jaar beroepservaring te beschikken, alsmede een voldoende kennis hebben van de reglementering en de technieken inzake welzijn op de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen, mogen tot 01.05.2004 meedoen aan het specifiek examen voor coördinatoren.

Top

8. Verzekering burgerlijke aansprakelijkheid

De persoon die de functie van coördinator als zelfstandige wenst uit te oefenen, is verplicht een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid af te sluiten. Indien de coördinator als werknemer optreedt, komt deze verplichting de werkgever toe.

Top

9. Coördinatiestructuur

Op grote bouwplaatsen (meer dan 5000 mandagen – 2.500.000 EUR – 3 aannemers tegelijkertijd) dient een coördinatiestructuur te worden opgericht.

Top

10. Afzonderlijke prijsberekening

De kandidaten moeten bij hun offertes een afzonderlijke prijsberekening voegen in verband met de door het veiligheids- en gezondheidsplan bepaalde preventiemaatregelen en -middelen inbegrepen de buitengewone individuele beschermingsmaatregelen en -middelen.

Top

11.Inwerkingtreding

Het KB van 25.01.2001 treedt in werking op 01.05.2001.

De coördinatieverplichting tijdens de ontwerpfase is niet van toepassing op projecten waarvan de studiefase aanving voor 01.05.2001, voor zover de uitwerkingsfase van dit ontwerp ten laatste aanvangt op 30.11.2001.

De bepalingen van dit besluit zijn echter niet van toepassing op de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen waarvan de verwezenlijking een aanvang heeft genomen voor 01.05.2001.